082. Mijn tweelingzelf en ik

Linda Goodman

We hebben een lange en bittere strijd gestreden,mijn Tweelingzelf en ik
verloren en eenzaam,gevallen engelen,verbannen
uit een nevelige,halfvergeten melkweg van sterren

gevangen en verstrikt in het net van Neptunus
wreed gekwetst door de pijnlijke aanval van Mars
gemarteld door de slimme leugens van Mercurius

geschokt en uit elkaar gerukt
door Vulcano’s verre,donderende donder
verbrijzeld door de bliksem
van het plotselinge,verschrikkelijke geweld van Uranus

verpletterd onder het gewicht van de strenge,onbuigzame Saturnus
die ieder uur tot een dag verlengde...
iedere dag tot een jaar...
ieder jaar...tot millenia van wachten

verschroeid door de ontploffende uitbarstingen van
trots van de Zon als deze zwervende engelen zwijgend en
hulpeloos diep in ons schreiden,
toch vochten wij door in een meedogenloze razernij
beantwoordden slag met slag
gedreven door de roffelende trommen van Jupiter’s reusachtige,trillende
hartstochten
struikelend bij de afgrond van de verlokkelijke waanzin van de Maan
om,ten laatste,trillend van angst
ons te onderwerpen aan de dreiging van Pluto’s onheilspellende grafgelijke
stilte
verteerd door ontroostbare droefheid
en de kilte van wanhoop

wij dragen...

de wonden en littekens van een hevige veldslag,mijn Tweelingzelf en ik

maar nu wandelen wij in rustige vrede...met al onze verstrooide stukjes
één geheel
samen,hand in hand...de slang-cirkel rond
terug in de piramidevormige regenboog van het schitterender Eden van morgen
gekroond door de lieflijke Venus met de overwinning van de liefde

die NIET GESTORVEN IS,maar de nacht van
zelfzuchtig zoeken heeft overleefd

om de tedere vergiffenis van de morgenstond af te wachten

en de dageraad van begrip